Drugsbeleid

Gemeente

Nijkerk

 

2014

 

     

 

 

 

 

                                                                                                         Nijkerk

 

 

 

 

Als Moedige Moeders Nijkerk hebben we een begin gemaakt met het drugsbeleid voor de gemeente Nijkerk. We hebben gemerkt dat de omvang van het drugsprobleem in onze gemeente vaak niet herkend wordt en er ook niet echt een drugsbeleid is. Daarom wagen we een poging met onze visie op het drugsprobleem en hoe er mee om te gaan.

 

Uit ervaring weten wij dat wanneer jongeren eenmaal gewend zijn om drugs te gebruiken het  ontzettend moeilijk is om tot ze door te dringen en ze te laten stoppen. Het drugsgebruik zorgt voor veel problemen thuis, op school, op het werk, financieel, lichamelijk en psychisch met alle gevolgen van dien. Daarom ligt de oplossing in het voorkomen van deze problemen en het vergroten van het welbevinden.

 

Alleen door samen te werken kunnen we zorgen voor de nodige verandering!

 

 

 

 

Drugsbeleid gemeente Nijkerk is verdeeld in 5 onderdelen:

 

                                                                                                                                                       

1. Hoe groot is het drugsprobleem?                                    

·                    Rioolwateronderzoek naar drugs. (ook als resultaatmeting drugsbeleid)

·                    Cijfers eerste hulp ziekenhuizen.  (ook als resultaatmeting drugsbeleid)

·                    Onderzoek enquêtes EMOVO - VGGM – GGD.

·                    Gesprekken met ervaringsdeskundigen – jongeren.

 

2. Waar worden de drugs verkocht?

·        Overleg met de politie.

·        Samenwerken met de burgers.

·        Overleg met jongerenwerkers/straathoekwerkers.

·        Mogelijkheid bieden om anoniem melding te doen.

 

3. Hoe om te gaan met drugsgebruikers?

·        Pitstop – inloophuis met laagdrempelige hulpverlening.

·        Integraal samenwerken – weten welke signalen er worden afgegeven door  drugsgebruikers.

·        Openbaar maken hoe groot het drugsprobleem is.

·        Ouders informatie geven – hoe weet je of je kind drugs gebruikt?

·        In de media melding maken van overdosis – criminele acties onder invloed van drugs.

·        Overleg met verslavingszorg. (Heesteroord, Victas, e.a.)

·        Contact maken met jongeren b.v. op de hangplekken – vertrouwensband scheppen.

·        Jongeren via app, twitter, facebook, visitekaartjes, via scholen, verenigingen sportverenigingen, kerken e.d. laten weten waar ze de Pistop - inloop kunnen vinden.

 

4. Waar kunnen de verslaafden hulp krijgen?

·        Alle verslavingszorg in de regio in kaart brengen.

·        Overleg met deskundigen van de verslavingszorg.

·        Hulp bieden wanneer er wachtlijsten zijn

·        Nazorg voor ex-verslaafden die zijn afgekickt.

 

5. Preventie:

·        Zie het Preventief Jeugdbeleid van de Moedige Moeders Nijkerk.

·        Zo snel mogelijk jonge kinderen helpen sociaal en emotioneel weerbaar te worden..

·        Richtlijnen opstellen – hoe om te gaan met het kwetsbare kind.

·        Informatie aan iedereen die kinderen heeft en met kinderen omgaat.

·        Kinderen informatie geven – Kanjertraining.

·        Jongeren informatie geven hoe ze gelukkig kunnen worden – Gelukskunde.

·        Sneller handelen bij signalen die door kinderen, jongeren of volwassenen worden afgegeven.

·        Drugsvoorlichting aan volwassenen.

 

1. Hoe groot is het drugsprobleem?

 

·       Rioolwateronderzoek

 

Op 26 maart 2013 heeft de Stichting Moedige Moeders Nederland KWR Watercycle Research Institute opdracht gegeven voor een monitoring van de waterzuivering Nijkerk. Uit het analyserapport bleek dat er veel drugs gebruikt worden in de gemeente Nijkerk.

 

De uitslag van een week lang elke dag een monster van het rioolwater is:

Pure Cocaïne                 0.72  gram per dag per 1000 inwoners

Amfetamine (Speed) 116        mg    per dag per 1000 inwoners

MDMA (XTC)                 39       mg    per dag per 1000 inwoners

 

Hoe is de berekening per 42500 inwoners?

Aantal inwoners 42500 (CBS 2012) : 1000 = 42.5

Pure Cocaïne               720 mg x 42.5 = 30600 mg per dag x 7 = 214200 mg per week

Amfetamine (Speed)  116 mg x 42.5 =   4930 mg per dag x 7 =    34510 mg per week

MDMA (XTC)                    39 mg x 42.5 =   1658 mg per dag x 7 =    11606 mg per week 

 

Het voorzieningsgebied van de RWZI Nijkerk is: gemeente Nijkerk (Nijkerk, Nijkerkerveen, Hoevelaken), Zwartebroek en Terschuur.

 

Dit betekend dat we van de 21 steden die in Europa zijn getest met cocaïne op de 10de plaats

staan, met XTC op de 6de plaats en met het gebruik van speed op de 3de plaats.

 

Hoeveel drugs worden er in dit gebied verhandeld?

Pure Cocaïne per week ongeveer 214,2 gram.

Amfetamine    per week ongeveer   34,5 gram.

MDMA               per week ongeveer   11,6 gram.

 

Cocaïne en speed worden versneden, dat wil zeggen dat er andere stoffen aan worden toegevoegd zodat er meer geld mee verdiend wordt.

Uit één gram cocaïne/speed kunnen gemiddeld 6 lijntjes gesnoven worden.

Eén XTC pil bevat ongeveer 80 mg MDMA. (Sommige XTC pillen bevatten meer MDMA)

 

Hoeveel is dit per dag en per week?

Cocaïne gemiddeld 368 lijntjes per dag, gemiddeld 2570 lijntjes per week

Speed gemiddeld       70 lijntjes per dag, gemiddeld   414 lijntjes per week

XTC partydrug gemiddeld 145 pillen per weekend.

 

Met deze cijfers van het rioolwateronderzoek hebben we een schatting gemaakt met de informatie die aan ons gemeld wordt:

Risicogroep per 1-1-2013

Jongeren van 15 tot 19 jaar 2516 :145 (XTC) =                           17 jongeren 1 pil weekend

                                                    2516 : 60 (speed)=                          42 jongeren 1 lijntje per dag

                          20 tot 24 jaar 2168 = 4450 : 368 (coke) =            12 personen 1 lijntje per dag

                          25 tot 29 jaar 2290 = 4450:2500 (coke) =              1 lijntje per week per (bijna) 2 personen

                          30 tot 34 jaar 2247:10 lijntjes (speed) per dag =  1 lijntje per dag per (bijna) 225 personen

                                                    2247:70 lijntjes (coke)=                  32 personen 1 lijntje per week

 

Onze schatting is dat ongeveer 1887 jongeren (15 tot 19 jaar) van af en toe tot dagelijks wiet/hasj roken.

Volgens meldingen aan ons zijn er pubers van 13 jaar die beginnen met blowen en zijn er pubers van 14 jaar die speed snuiven en XTC pillen slikken.

 

Helaas kon de hoeveelheid cannabis niet worden gemeten door de aanwezigheid van niet geïdentificeerde bestanddelen (vermoedelijk door lozing van de melkfabriek). Dit wil niet zeggen dat er geen cannabis wordt gebruikt in Nijkerk, omdat de bepalingsgrens voor cannabis-achtigen in het monster van RWZI Nijkerk relatief hoog is.

 

Er zijn geen cijfers over het GHB gebruik., wel is er in 2013 een GHB dealer opgepakt in Nijkerk waar de conclusie uit getrokken kan worden, dat er dan ook gebruikers zijn. Als MMNijkerk krijgen we signalen dat er steeds meer GHB gebruikt wordt en er meer GHB verslaafden bij komen, die moeite hebben met afkicken.

Af en toe krijgen we signalen dat er ook het sterkere GBL en heroïne in de gemeente Nijkerk worden gebruikt.

GHB en GBL worden niet in het rioolwater gevonden omdat deze stoffen sneller in het lichaam worden afgebroken.

 

De berekeningen zijn niet precies uit te rekenen.

We hebben ons best gedaan er zo dicht mogelijk bij te komen.

 

 

·       Cijfers eerste hulp ziekenhuizen

Van de omliggende ziekenhuizen hebben geen cijfers van drugsopnames.

Wel is bekend (gezondheidsnota 2012 – 2015) dat er elke week enkele comazuipers worden afgevoerd naar de omliggende ziekenhuizen!!

 

Flinke stijging aantal drugsopnames ziekenhuizen

Het aantal mensen dat na gebruik van drugs op de eerste hulp terechtkomt is in vijf jaar tijd met 45 procent gestegen. Dat blijkt uit onderzoek van VeiligheidNL (pdf) in opdracht van tv-programma Nieuwsuur.

Bij 27 procent van de opnames ging het om ghb-gebruik. Het aantal opnames door toedoen van die drug is de afgelopen jaren vooral toegenomen. Vorig jaar bezochten 1600 mensen die ghb hadden gebruikt de spoedeisende hulp tegenover 1000 in 2008.

Het zijn vooral jongeren tussen de 15 en 29 jaar die na drugsgebruik op de eerste hulp terechtkomen. Driekwart van de patiënten heeft vergiftigingsverschijnselen. Ze zijn bijvoorbeeld bewusteloos geraakt.

Drugshulpverleners zijn volgens Nieuwsuur bezorgd. Ze wijzen erop dat de gemeentelijke budgetten voor drugspreventie vanwege de bezuinigingen onder druk staan.

Bron: NRC.nl  29 november 2013

 

 

·       Onderzoek enquêtes EMOVO – VGGM - GGD

Wat is Emovo?

Jongeren uit klas 2 en 4 van het voortgezet onderwijs beantwoorden in het project Emovo (Elektronische monitor en voorlichting) vragen via een online vragenlijst. Onderwerpen in de vragenlijst zijn o.a. gezondheid, leefstijl, thuissituatie en vrije tijd. De leerlingen vullen deze vragenlijst in tijdens een lesuur op school. De klassikale uitvoering op school levert een hoge respons op waardoor een betrouwbaar beeld van de gezondheid van jongeren ontstaat. 

Persoonlijk gezondheidsadvies

Op basis van de gegeven antwoorden ontvangen de jongeren een persoonlijk gezondheidsadvies. Het advies bevat tips over hoe bepaald gedrag veranderd kan worden. Daarnaast verwijst Emovo jongeren die meer informatie willen over een onderwerp naar interessante websites, de mentor of vertrouwenspersoon op school of de GGD. 

Wat gebeurt er met de resultaten?

Alle deelnemende scholen ontvangen van de GGD een schoolrapport. Deze rapportage geeft de school inzicht in de gezondheid en de leefstijl van haar leerlingen. De school kan deze gegevens gebruiken voor het schoolgezondheidsbeleid. De GGD ondersteunt de school in samenwerking met andere organisaties bij het kiezen van de onderwerpen en de structurele en planmatige aanpak hiervan. De GGD maakt naast de schoolrapporten een rapportage over de gezondheid en de leefstijl van alle jongeren in de regio. De GGD en de gemeenten kunnen de resultaten en aanbevelingen van deze rapportage gebruiken voor hun lokale gezondheids- en jeugdbeleid. 

 

 

EMOVO onderzoek in de gemeente Nijkerk

In 2011 heeft VGGM in opdracht van de gemeente Nijkerk de jongerenmonitor E-MOVO uitgevoerd. Deze monitor verzamelt informatie over de gezondheid en veiligheid van de jongeren in de regio Gelderland-Midden. Leerlingen van de tweede en vierde klas van het voortgezet onderwijs vullen op school via internet een vragenlijst in over hun gezondheid, welzijn en leefstijl. Het onderzoek toont aan dat 11% van de jongeren ooit softdrugs en 3% ooit harddrugs heeft gebruikt. Van alle leerlingen geeft 21% aan weleens softdrugs aangeboden te hebben gekregen. Daarnaast heeft 6% van de leerlingen weleens harddrugs aangeboden gekregen. Om meer gerichte informatie over verslavingsproblemen onder jongeren te krijgen, heeft de gemeente Nijkerk aan VGGM de opdracht gegeven een nulmeting uit te voeren. Met dit onderzoek wil de gemeente meer inzicht krijgen in de omvang van de problematiek rond verslaving per wijk en leeftijdscategorie. Begin mei 2013 worden de onderzoeksresultaten verwacht.

Bron: Nijkerknieuws.nl

De resultaten van het nieuwe onderzoek uitgevoerd door de VGGM geeft ongeveer dezelfde cijfers over het drugsgebruik onder jongeren als in de voorgaande onderzoeken.

Dat zou betekenen dat er  van de 2516 jongeren tussen de 15 en 19 jaar 276 jongeren ooit softdrugs hebben gebruikt en 75 jongeren ooit harddrugs hebben gebruikt.

 

·       Gesprekken met ervaringsdeskundigen – jongeren

Onderzoek Jong en (on)gehoord in de gemeente Nijkerk.

In totaal hebben er 25 jongeren in de leeftijd van 14 – 24 jaar meegedaan aan dit onderzoek in december 2012.

Uit hoofdstuk 2

‘De gezelligheid waar de jongeren over spreken vindt vooral plaats in het weekend. De deelnemers associëren gezelligheid vooral met uitgaan naar cafés of bepaalde feestjes. Doordeweeks valt er volgens de meeste jongeren niet veel te doen. Er zijn te weinig (buiten)plekken waar kan worden ‘gechilled’.

Uit hoofdstuk 2.2

‘De meeste jongeren kunnen zichzelf zijn op school. Ze voelen zich er thuis en zien school als een veilige plek om te leren en om elkaar in sociaal verband te ontmoeten. Ontmoeten vindt vooral plaats binnen een vaste groep die homogeen is. Dit voorkomt echter niet dat pesten gewoon plaatsvindt. In veel gevallen wordt er door de school veel te laat ingegrepen om het pesten een halt toe te roepen. De jongeren geven aan dat docenten ook niet altijd weten hoe ze ermee om moeten gaan.

Een meisje denkt dat een deel van de oplossing gevonden kan worden door aan het begin van het jaar op elke school een ‘over de streep’ bijeenkomst te organiseren. Deze bijeenkomst zorgt ervoor dat jongeren elkaars kwetsbare kant leren kennen, waardoor er begrip en respect voor elkaar ontstaat. Meer informatie is te vinden op http://overdestreep.kro.nl/  (Dit wordt ook aanbevolen door de Moedige Moeders Nijkerk in het preventief jeugdbeleid)

Uit hoofdstuk 2.4

Ondanks dat alle jongeren weten dat alcohol slecht is voor de gezondheid, geven ze bijna allemaal aan wel eens te veel te drinken. Vooral in de weekeinden wordt er veel gedronken, zowel voor als tijdens het uitgaan. Opvallend is dat de meeste jongeren ook aangeven dat het gebruik van soft- en harddrugs veel voorkomt. Jongeren hebben het in het gesprek niet over het eigen gebruik, maar geven wel aan jongeren te kennen die wekelijks of zelfs dagelijks gebruiken. De (sociale) acceptatie ten aanzien van drugsgebruik lijkt volgens de jongeren toe te nemen. Daarnaast is er gemakkelijk aan te komen. Ook zien de jongeren de leeftijd van de ‘eerste joint’ en het gebruik van andere drugs steeds verder dalen. Hetzelfde geldt overigens voor tabak en alcohol; wat ook gemakkelijk onder de minimum leeftijdsgrens verkrijgbaar is’.

Uit hoofdstuk 2.5

‘Tot nu toe hebben de jongeren in de gemeente Nijkerk niet het gevoel dat er naar hen geluisterd wordt’.

Voor meer informatie kunt u de rapportage Jong en (on)gehoord opvragen bij de gemeente Nijkerk.

 

3. Hoe om te gaan met drugsgebruikers?

Door emotionele en psychische problemen gaan jongeren sneller drugs gebruiken als zelfmedicatie, een snelle oplossing om de stress niet te hoeven voelen.

Wanneer ze er achter komen dat dit alleen maar meer problemen geeft is het belangrijk dat ze daar hulp voor gaan zoeken. Meestal werkt de hulpverlening op afspraak  en het zou goed zijn als er een plek is waar jongeren naar binnen kunnen lopen, om over  hun problemen te praten, zonder dat ze daar een afspraak voor hoeven te maken. De Pitstop is hier een voorbeeld van.

·       Pitstop – inloophuis met laagdrempelige hulpverlening

Jongeren hebben vaak moeite met het uiten van gevoelens en hebben daar de hulp van anderen bij nodig.

De Pitstop is een voorbeeld van laagdrempelige hulpverlening voor jongeren.

 

De Pitstop als inloophuis:

In eerste instantie is de Pitstop een inloopplek voor alle jongeren van 12 t/m 23 jaar. Waar ze zonder afspraak, van maandag tot en met vrijdag van 14.00 tot 17.00 uur, naar binnen kunnen lopen om hun verhaal te kunnen vertellen. Het is gratis en er kan eventueel worden doorverwezen.

 

De Pitstop als hulpverlener:

De Pitstop is een vorm van laagdrempelige multidisciplinaire hulpverlening voor (randgroep) jongeren met (complexe) hulpvragen.

Dit betekent dat hulpverleners van verschillende instanties naadloos met elkaar samenwerken om hulpverleningstrajecten op maat te leveren die gericht zijn op positieverbetering: zowel praktisch als sociaal emotioneel.

De Pitstop biedt een groot aantal ondersteunende mogelijkheden aan jongeren, ouders en netwerkpartners, waaronder:

Laagdrempelige inloop.

Trainingen agressie regulatie.

Weerbaarheid en sociale vaardigheden.

Creatieve therapie – middels het 3-stappenplan.

Budgetbeheer.

Psychologisch onderzoek.  

 

De doelgroep van de Pitstop (als hulpverlener) zijn jongeren tussen 12 en 23 jaar. Hun problemen spelen zich af op verschillende leefgebieden (wonen, werken, school enz.) Hun belangrijkste kenmerk is dat zij hulpvragen niet kunnen verwoorden. Het basisuitgangspunt van Pitstop is dat goede hulpverlening begint bij een goede diagnose, zij stellen daarom het VERHAAL van de jongere centraal in hun behandeling.

 

Het is niet wat je kunt of hoeveel je hebt, maar wie je bent en hoe leerbaar je durft te zijn.

 

Het 3-stappenplan:

Stap 1:  BUDO wordt gebruikt om sociale vaardigheden aan te leren.

Stap 2: De tekentafel: onder leiding van een begeleider leren de jongeren het symboliseren van hun gevoelens via verschillende creatieve mogelijkheden.

Stap 3: De schrijftafel: taal is heel erg belangrijk, het helpt de jongeren hun  verhaal te doen. Het schrijversbureau is het symbool van dit uitgangspunt.

 

Binnen de Pitstop wordt ook gewerkt met Gelukskunde, want gelukkig worden kun je leren.

 

De Pitstop is een plek waar iedere professional in de hulpverleningsketen gebruik van kan maken.

 

Bij de Pitstop is het hele gezin in beeld en de hulpverlener 24 uur per dag bereikbaar.

 

 

De Pitstop in Nijkerk

De Stichting Moedige Moeders Nijkerk vindt dat er in de gemeente Nijkerk de Pitstop-inloop en de Pitstop laagdrempelige hulpverlening nodig is voor alle jongeren die met vragen en problemen rond lopen met alle gevolgen van dien.

 

Helaas hebben we wegens gebrek aan middelen onze Pitstop gesloten.

 

 

4. Waar kunnen de verslaafden hulp krijgen?

 

·       Alle verslavingszorg in de regio in kaart brengen

 

GGZ Centraal Ermelo: (voorheen Meerkanten)

Bij problemen met het gebruik van alcohol, drugs en/of medicijnen of met gokken.

 

Polikliniek dubbele diagnose jeugd Hoogstede

Op deze polikliniek kunnen jongeren van circa 12 tot 18 jaar, met een uitloop naar

20 jaar, terecht voor behandeling van een combinatie van verslavings- en psychiatrische problemen.

 

Polikliniek DD jeugd

Dr. van Dalelaan 66a

3851 JD Ermelo

Telefoon 0341-566669

 

Verslavingskliniek Heesteroord

 

§         De polikliniek

Op de polikliniek is de eerste screening, de intake om de problemen in kaart te brengen. Na een bespreking in het intaketeam (bestaande uit: psycholoog, maatschappelijk werker en teamleider), volgt er een – voorlopig behandeladvies. Dit kan zowel poliklinisch/ambulant of in de kliniek zijn.

Op de polikliniek bieden we ambulante detox trainingen om te leren omgaan met uw verslavingsproblemen, te leren stoppen, relatietherapie, inzichtgevende, motiverende gesprekken. Daarnaast is er medische controle.

§         De opname-afdeling (Detox)

Daar is plaats voor tien mensen. De behandeling bestaat vooral uit lichamelijk ontgiften. Daarnaast proberen cliënt en hulpverlener de problemen op een rij te zetten en samen te zoeken naar mogelijkheden om er iets aan te doen. Dat duurt vier weken. Mensen die door verslavingsproblemen in een crisis terecht zijn gekomen, kunnen voor vier – tien dagen op de opnameafdeling terecht.

Tijdens de opname op de detox afdeling kan er een keuze worden gemaakt hoe verder te gaan met de behandeling, t.w.:

§         De afdeling voor Voortgezette Behandeling

Deze afdeling heeft plaats voor achttien mensen. Cliënten verblijven er maximaal een jaar om er te leren zonder verslaving te leven. Om opgenomen te worden, moet de cliënt al lichamelijk ontgift zijn.

§         De afdeling Complexe Verslavings Problematiek

Deze afdeling heeft plaats voor twaalf mensen die naast verslavingsproblemen ook psychiatrische problemen hebben. Overige voorwaarden zijn als bij de voortgezette behandeling.

§         De dagbehandeling

In de dagbehandeling is plaats voor maximaal acht mensen. Het programma beslaat drie dagen per week. Op de overige dagen wordt er thuis ‘geoefend’. Voorwaarde op deze afdeling is wel dat er een stabiele, veilige thuissituatie is. Verder dient men lichamelijk ontgift te zijn.

 

DE KERN VAN DE BEHANDELING

 

De behandeling is gericht op vijf doelen:

 

Leren leven zonder verslaving, zonder vluchten in gebruik van middelen.

Dit betekent dat geleerd wordt om allerlei zaken, moeilijkheden in het leven, nuchter onder ogen te zien.

 

Zelf verantwoordelijkheid te leren nemen voor het eigen gedrag.

De mensen die op Heesteroord worden opgenomen, leren in het dagelijks samenleven en samenwerken omgaan met gevoelens, en leren verantwoordelijkheid te dragen voor zichzelf en anderen. Er is structuur in de dag, regels en grenzen om veilig te kunnen oefenen met het dragen van verantwoordelijkheid voor eigen gedrag en voor de groep.

 

Samenwerken tussen bewoners en team.

In nauw overleg met het behandelteam bepaalt de cliënt zelf het doel van de behandeling, afhankelijk van de thema’s en problemen die de cliënt ervaart. Het opstellen van het behandelplan gebeurt op basis van samenwerking tussen de cliënt, de groep, uw persoonlijke begeleider en de overige teamleden.

 

Leren leven samen met anderen (partner en familie).

Verslaving verstoort veelal de relatie met andere mensen. In de behandeling kan de cliënt leren zonder verslaving weer met ouders, partner, kinderen, vrienden en familie te leven. De partner en eventueel ook ouders of anderen voor de cliënt belangrijke mensen worden indien mogelijk bij de behandelingen betrokken.

 

Oppakken van studie, werk of ander zinvolle bezigheden.

In de biografie van mensen met een verslavingprobleem komt het vaak voor dat ze hun opleiding(en) hebben afgebroken, werk(zaamheden) zijn kwijtgeraakt en zich op meerdere punten hebben teruggetrokken uit de maatschappij. Dit thema kan de cliënt onderzoeken in de verschillende groepen (o.a. de biografiegroep), ermee oefenen binnen Heesteroord (o.a. de projecten) en vervolgens leren vormgeven in het eigen leven (o.a. werkervaringen).

 

Polikliniek Verslavingszorg Nijkerk

De polikliniek in Nijkerk biedt intake en poliklinische behandelingen.

Adres: Havenstraat 7a

            Nijkerk

Telefoon: 0341-566700 (centraal nummer GGZ Centraal Verslaving Veluwe)

 

 

Victas centrum voor verslavingszorg

 

Victas is een instelling voor verslavingszorg. Victas biedt informatie, advies en hulp aan iedereen die in de problemen komt met alcohol, drugs, medicijnen en gokken/gamen/internetten. Niet alleen aan gebruikers zelf, maar ook aan mensen in hun omgeving zoals ouders, partners en kinderen, werkgevers, scholen en andere organisaties. 

Telefoon 1           030 234 00 34

Telefoon 2           030 232 11 01 Afdeling preventie

Fax                       030 275 87 77

Website   www.victas.nl

E-mail      info@victas.nl


Victas biedt verschillende soorten hulp:

·         verslavingshulp, daar waar nodig ondersteund door medische en psychische hulp

·         dagbehandeling/deeltijdbehandeling/ambulante detox

·         opname in een van de klinieken

·         opname in de vorm van time-out

·         specifiek aanbod voor jeugd en jongvolwassenen

·         hulp aan partners, ouders, kinderen

·         methadon- en heroïnebehandeling

·         resocialisatieprogramma’s

·         casemanagement

·         preventieactiviteiten

·         arbeidsrelevante hulpverlening

·         preventieactiviteiten

·         consultatie voor beroepskrachten

Victas werkt in de hele provincie Utrecht en heeft locaties in Utrecht, Amersfoort, Veenendaal, Woerden en Nijkerk. Voor algemene informatie en voorlichting kunt u terecht bij de afdeling preventie, (zie bovenstaand telefoonnummer) of preventie@victas.nl

B-open

B-open is een project dat jongeren onder de 24 jaar helpt met vragen over drank, drugs, gokken, gamen en internet. Er wordt informatie en advies en hulp geboden.

Voor meer informatie: www.b-open.nu

Victas Nijkerk

Tijdens het infospreekuur alcohol & drugs kunt u op maandagmiddag van 13.00 uur - 17.00 uur binnenlopen in het Gezondheidscentrum Corlaer (2e etage, kamer 2.17A met al uw vragen over middelen en verslaving.

 

5. Preventie

Preventie wordt nog te vaak aan drugs- en alcoholgebruik gekoppeld terwijl uit veel onderzoek blijkt dat er vaak emotionele, psychische en psychiatrische problemen onder het gebruik/verslaving zitten. Dit geldt trouwens ook voor andere soorten verslavingen, loverboy-slachtoffers en diverse andere problemen die een grote impact blijken te hebben in het leven van een persoon.

·       De zwarte vlekjestheorie

Deze theorie is geschreven om op een eenvoudige manier uit te leggen hoe negatieve gevoelens, negatief zelfbeeld en trauma’s al op jonge leeftijd kunnen ontstaan.

Vaak wordt gezegd dat kinderen flexibel zijn en er wel overheen groeien. Dit klopt niet en vaak komen de problemen in de puberteit te voorschijn. In deze theorie is er van uit gegaan hoe het verloop kan zijn, als er nooit positieve dingen worden gezegd, tot aan de bejaarde leeftijd.

Elke keer als een kind van slag raakt door een vervelende opmerking, een harde boze stem, geslagen wordt, weggestuurd wordt, voor schut gezet wordt, ontstaan er zwarte vlekjes van binnen. Niemand ziet de zwarte vlekjes bij het kind, maar het kind voelt ze wel. Het geeft een verdrietig of boos gevoel waar het kind dan weer op reageert met gedrag. Dit gedrag kan opnieuw aanleiding zijn voor negatieve opmerkingen en opnieuw zwarte vlekjes geven.

 

Het kleine kind.

 

 

     Niet huilen je bent toch een grote                       Doe niet zo vervelend!

                       jongen!

                                                                              Daar ben je te stom voor!

      Wat heb je nu weer gedaan, het                            

        is ook altijd wat met jou!                                 Ga buiten spelen en loop niet zo te 

                                                                                 zeuren!  

                                Ga recht zitten!                                                                                             

                                                                             Hou je mond en ga naar je kamer!

                              Vervelend kind!                                                   

                        

En vervolgens gaan wij (volwassenen) weer verder met ons leven. Het kind moet maar zien wat het met de zwarte vlekjes doet. Wij zijn het alweer vergeten.

 

 

Op een dag komt er een grote zwarte vlek bij. Papa en mama gaan scheiden!

Ze hebben veel ruzie gehad en nog steeds eigenlijk, daar zijn ook veel zwarte vlekjes van gekomen.

 

Het iets grotere kind.

 

 

 

                                Papa is weg en mama moet steeds huilen!

                                    

                                      Ze zegt dat het papa’s schuld is!

 

                                      Ik mis papa zo!

                                       

                                   Ik wil dat papa weer bij ons komt wonen!

 

 

 

 

 

Gelukkig is de familie er nog waar het kind naar toe kan gaan en het zich nog een beetje goed voelt. Zoals oma die haar best doet om er voor haar kleinkind nog wat van te maken. Haar kleinkind kan er ook niets aan doen dat haar dochter en schoonzoon hun problemen niet kunnen oplossen en ruzie blijven maken. Ze hoopt dat er snel een oplossing komt dit is niet goed voor het kind.

 

Maar dan wordt oma ziek. Ze heeft kanker. Het kind begrijpt er niets van. In de anderhalf jaar nadat oma dit erge nieuws heeft gehad en ze steeds zieker is geworden, gaat oma dood. Iedereen is met z’n eigen verdriet bezig en bij het kind is er opnieuw een grote zwarte vlek bij gekomen.

 

 

De jonge puber.

 

 

                                     Ik mis m’n oma zo, nu kan ik nergens meer naar toe!

        

     

                                          Papa heeft een nieuwe vriendin en een nieuw kindje!

 

                                                                                   

                                           

                                              Mama heeft een nieuwe vriend met een paar kinderen!

 

                                           

                                              Ik voel me nergens meer thuis!

 

 

                                       Ik ga wel naar m’n vrienden toe daar kan ik tenminste mee lachen! 

 

 

                               

Dan op een dag wordt de puber verliefd en dit is echte liefde.

Met hem/haar wil ik trouwen en kinderen krijgen.

Een hele tijd voelt de puber de zwarte vlekjes niet meer, alsof er een roze gloed overheen is gekomen. De wereld lacht de puber toe. Wow!

 

Helaas de verkering is uit. De puber voelt zich ellendig. De roze gloed is van de zwarte vlekjes af gegleden en de puber voelt zwarte vlekjes nog veel meer dan anders.

 

 

De oudere puber.

 

 

                                                                        

                                  

 

 

 

                                                 Het leven is niet leuk meer!

 

                                                 

                                                    Ik voel me zo alleen!

 

                                                       

                                                    Niemand vindt mij leuk!

 

                                                

 

 

 

                                           Maar, ja, de puber mag niet voelen, hard zijn, niets laten 

                                           merken. Want dan wordt de puber uitgelachen een voor

                                           schut gezet.

 

                                        Geen hand vol maar een land vol, zeggen de volwassenen.

 

 

 

 

In al deze ellende moet de puber gewoon door gaan met school, stage, thuis gezellig mee doen, leuk met de vrienden omgaan.

 

Dat valt niet mee, maar ja, hard blijven, niets laten merken!

 

 

Dan is er opeens die vriend/vriendin die precies weet hoe de puber zich voelt. Daar is een pilletje voor of een poeder dat je kan opsnuiven. Dan heb je nergens meer last van! En, ja hoor, het verdoofd al die vervelende zwarte vlekjes. De puber voelt zich geweldig en kan de hele wereld aan. Wat een energie krijg je daar van. Alles en iedereen is nu weer leuk.

 

O,jee, het pilletje is uitgewerkt en al die zwarte vlekjes beginnen weer op te spelen. De puber heeft te horen gekregen waar de pillen te halen zijn en blijft er mee door gaan. De dealer zegt dat de puber ook wel mag verkopen aan anderen. Met dat geld kan de puber leuke dingen doen of kopen. Dat helpt ook om de zwarte vlekjes niet te hoeven voelen.

Zo wordt de puber ouder en ouder. Door de pillen zijn er alleen maar meer zwarte vlekjes bij gekomen. De volwassene is moe, boos, ongelukkig en alles gaat fout. Misschien is het tijd om iets anders te gaan zoeken want die pilletjes helpen ook niet meer.

 

Maar wat dan, wie kan de volwassene helpen. Waar is de hulp die er voor zorgt dat de volwassene zich goed gaat voelen en zonder pillen of poeders verder kan leven?

 

Het heeft niet geholpen die hulp die voor handen was. De volwassene heeft veel gepraat, is overal naar toe geweest en heeft allerlei therapieën uit geprobeerd, maar steeds komt dat klote gevoel van die zwarte vlekjes weer terug.

 

 

 

Nu is het kind bejaard geworden. Zonder afleiding, met veel pijnlijke spieren, snel moe, allerlei lichamelijke pijntjes en nog veel meer zwarte vlekjes. Daardoor is de bejaarde somber, chagrijnig en niet leuk om mee om te gaan.

 

 

De bejaarde.

 

 

 

 

 

 

                                              Ik krijg bijna nooit bezoek!

                                                                                 

 

                                                   Ik voel me zo alleen en ongelukkig!

 

 

 

                                                Van mij mag het einde komen!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nu denkt u misschien, nou dat valt wel mee. Wat een somber verhaal.

Misschien heeft u minder last van zwarte vlekjes of lukt het u om hard te zijn.

 

 

Wat nu?

 Als hard maken zorgt voor zoveel zwarte vlekjes, dan zou het tegenovergestelde er voor kunnen zorgen dat er geen zwarte vlekjes gemaakt worden. Of als ze er toch komen er voor zorgen dat ze snel mogelijk weer verdwijnen.

 

Hoe dan? Wat dan?

 

Witte sterretjes.

 

Elke keer wanneer er tegen een kind iets liefs wordt gezegd wordt er een wit sterretje gemaakt. Dit witte sterretje zorgt voor een goed gevoel en een blij kind. Het kan zelfs veel zwarte vlekjes wegpoetsen. Let wel dat er voor elk zwart vlekje veel witte sterretjes nodig zijn om het kind een beter gevoel te geven.

 

Ook iets leuks doen voor of met het kind, een aai over de bol, een complimentje, een glimlach als het kind binnenkomt, een veilige plek waar het kind kan vertellen hoe het zich voelt en waar dan ook iets mee gedaan wordt om het kind te helpen.

 

De witte sterretjes kunnen op elke leeftijd worden ingezet om de ander te helpen zich beter te voelen.

 

Kortom een mentaliteitsverandering, een andere manier van kijken naar hoe we met elkaar omgaan. Een nieuw gezamenlijk doel, wat bereikt kan worden door gezamenlijke inspanning. Een doel wat mensen verenigd, daar is een grotere visie voor nodig.

 

 

 

 


 

 

 

 

·       Preventief Jeugdbeleid

Het preventief jeugdbeleid is geschreven met ideeën, suggesties en informatie om te zorgen dat volwassenen een sterk en veilig vangnet om jonge kinderen maken, zodat ze met een positief zelfbeeld, positieve gevoelens en een rugzak vol positieve informatie een beter leven kunnen opbouwen dan de voorgaande generaties. Nu gaat er nog ontzettend veel mis en we hopen met ons preventief jeugdbeleid aan een positieve verandering bij te dragen.

 

Basisbehoeften:

1. Jongeren hebben volwassenen nodig om te leren stevig in hun schoenen te staan en zich goed te voelen.

2. Jongeren hebben de hulp van volwassenen nodig om zich begrepen en geliefd te voelen.

3. Jongeren hebben informatie nodig om gezonde keuzes voor zichzelf te kunnen maken.

4. Jongeren hebben grenzen nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen.

5. Volwassenen kunnen jongeren helpen om zich veilig te voelen.

6. Jongeren hebben de hulp van volwassenen nodig om te leren praten over hun gevoelens.

 

Kennis:

In een gemeente zijn instanties, scholen, en beleidsmakers die samen veel kennis in huis

hebben op allerlei gebieden. Hoe kan deze kennis worden ingezet om in de zes basisbehoeften van jongeren te voorzien?

 

Hoe is de situatie nu?

Op dit moment komt de gegeven informatie bij veel jongeren niet naar binnen en gebruiken ze veel alcohol en drugs. Sommige jongeren zien zelfs geen uitweg meer en stappen uit het leven. Eigenlijk weten veel volwassenen niet wat er in het hoofd van de jongeren omgaat.

 

Wat is er nodig om dit te veranderen?

Er zijn vier belangrijke pijlers:

-     de politiek

-         de ouders

-         de leerkrachten

-         de jongeren

 

De politiek:

De politiek heeft de verantwoording om de regie te nemen bij het maken van beleid. Belangrijk is om hiervoor de juiste visie te ontwikkelen die ervoor zorgt dat er een mentaliteitsverandering ontstaat bij alle betrokken partijen, zoals scholen, ouders, hulpverlening, jeugdzorg, jongerenwerk, huisartsen, peuterbureau, kinderen, jongeren en volwassenen. (Het creëren van een groot veilig vangnet om kinderen/jongeren) Veel meer integraal samenwerken!

De politiek heeft de middelen om een rioolwateronderzoek te laten uitvoeren en op die manier nauwkeurige cijfers boven water te krijgen over het drugsgebruik in de gemeente. De politiek kan zorgen dat er voor  jongeren een inloophuis komt waar ze ongedwongen naar binnen kunnen lopen wanneer ze met een probleem zitten en waar meteen wordt gekeken naar wat de jongeren nodig hebben! Geen wachtlijsten meer!!

 

De gemeentelijke politiek krijgt steeds meer taken vanuit Den Haag toegewezen o.a. Jeugdzorg.

Dit is een kans voor de gemeenten om op een andere manier voor de jeugd te gaan zorgen.

 

Goed is om te kijken of de instanties die nu verantwoordelijk zijn voor de uitvoer en daar veel geld voor krijgen, ook de gewenste resultaten bereiken. Gaat het inderdaad beter met de kinderen/jongeren nadat ze met een instantie in contact zijn geweest? Als dit niet het geval dan is het goed om naar andere alternatieven te zoeken die wel resultaat met hun aanpak hebben en daar geld aan te geven.

 

Het welzijn van onze kinderen is belangrijker dan een systeem in stand houden dat niet werkt!

 

De ouders:

Hoe kan ik zorgen dat het goed gaat met mijn kind en wat heb ik daar voor nodig?

Er bestaat geen school voor ouders, misschien is het een idee om daar mee te beginnen.

 

§         De ouders kunnen informatie opzoeken, naar informatieavonden die over dit onderwerp gaan of een cursus volgen.

§         Gesprektechnieken aanleren om op een goede manier met je kind te kunnen praten.

§         Op die manier blijven de ouders op de hoogte over hoe hun kind zich voelt.

§         Hulp zoeken wanneer ze met vragen zitten.

§         Samen met de school en andere ouders een goed vangnet rondom je kind opzetten.

§         Als ouder goed voor jezelf zorgen.

 

 

De leerkrachten:

Hoe kan ik er toe bijdragen dat het goed gaat met mijn leerling en wat heb ik daarbij nodig?

 

De basisschool:

§         Meer aandacht besteden aan hoe de leerlingen zich voelen. Dit kan door al op de basisschool te beginnen met elk jaar (bijvoorbeeld) kanjertrainingen te gaan geven en zo in gesprek te blijven met de leerlingen. Het belangrijkste doel van de Kanjertraining is dat een kind  positief over zichzelf en de ander leert denken. Als gevolg hiervan heeft het kind minder last van sociale stress. Het blijkt dat veel kinderen na het volgen van de Kanjertraining zich beter kunnen concentreren op school en betere leerresultaten behalen. Kanjertraining richt zich primair op het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs, en  de voor- en naschoolse opvang. http://www.kanjertraining.nl/

§         De Kanjertraining heeft een pestprotocol, een volgsysteem met behandelplan en de ouders kunnen Kanjertraining op de school krijgen, zodat er thuis ook gewerkt kan worden met de Kanjertraining.

§         Doormiddel van het signaleringssysteem Kijk! de ontwikkeling van de leerling in kaart brengen om zo snel te kunnen handelen wanneer dit nodig is.

           Zie www.bazalt.nl/kijk/wat-is-kijk.html

§         Voorlichtingsavonden voor ouders over deze onderwerpen en samen een vangnet rondom de leerlingen opzetten.

§         Voorlichtingsavonden over de kracht van groepsdruk, over de werking van drugs- en alcohol, zodat ouders hun kinderen beter kunnen begeleiden in de brugklas en de klassen die daarna komen.

§         Preventielessen in groep 7 en 8 over hoe de groepsdruk werkt en het gevaar van roken, alcohol en drugs uitleggen.

§         Aandacht voor de leerkrachten.

      Het is belangrijk dat ze met plezier les kunnen geven.

§         Leerkrachten let op uw woorden, het kleine kind is snel van slag!

§         Veel aandacht voor pesten.

      Pesten gebeurt vaak buiten het zicht van de leerkracht en het gebeurt vaak!

 

De middelbare school:

§         Meer aandacht voor hoe de leerlingen zich emotioneel voelen.

§         Gratis huiswerkbegeleiding.

§         Kanjertraining en/of de acht modules gelukskunde door de mentor.

      Zo leert de mentor de leerlingen goed kennen en kan sneller ingrijpen wanneer

      een leerling dit nodig heeft.

§         Leerkrachten ondersteunen met de Winwin methode.

           Zie  http://www.bazalthco.nl/winwin/over-winwin

§         Workshop ‘Over de streep’  minstens één keer voor alle leerlingen op de middelbare school.

      Op deze indrukwekkende manier leren ze veel over zichzelf en de ander.

      Zie de documentaire http://player.omroep.nl/?aflID=11009069&start=00:00:00

§         Leerkrachten ondersteunen elkaar op de momenten dat een leerkracht dit nodig heeft.

§         Leerkrachten maken een plan om op één lijn te zitten, tijdens de les, naar de leerlingen toe.

      Nu heeft iedere leerkracht in de les zijn/haar eigen regels en dit kan verwarring geven bij de leerlingen.

      Dit is net zo belangrijk voor de leerling als het op één lijn zitten van ouders bij de opvoeding van hun kind.

§         Extra hulp voor leerlingen die meer nodig hebben dan sociaal-emotionele lessen. 

§         Samen met de ouders een vangnet rondom de leerlingen opzetten.     

§         Voorlichtingsavonden voor ouders over drugs, alcohol, groepsdruk en verslavingen.

§         Informatieavonden over de werking van het puberbrein. Wat kan de puber wel en niet.

      Dit kan ouders helpen meer inzicht (en begrip) in het pubergedrag van hun kinderen te krijgen. 

§         Veel aandacht voor pesten. De Kanjertraining speelt hier ruimschoots op in.

           Pesten gebeurt vaak buiten het zicht van de leerkracht en het gebeurt vaak!

      De workshop ‘Over de streep’ kan ook ingezet worden om het pesten tegen te gaan.

 

 

 

van Jan Willem van den Brandhof verplicht in het boekenpakket.

 

 

 

 

Wat kunnen de leerkrachten zelf doen?

§         Sneller het advies vragen of de hulp inschakelen van de orthopedagoog en/of psycholoog

§         Op een creatieve manier lesgeven, zodat de leerlingen het niet saai gaan vinden.

§         Met de leerling in gesprek gaan wanneer er sprake is van opvallend gedrag in de klas en/of slechte cijfers. Misschien is er extra hulp nodig.

§         Bewust zijn van de emotionele uitwerking van de woorden van de docent op de leerling en het gedrag van de leerkracht naar de leerling.

§         Meer oogcontact, vaker een glimlach en positieve opbouwende kritiek naar de leerling.

§         Leerlingen begroeten bij de deur in de klas. Onderzoek wijst uit dat dit heel erg motiverend werkt voor de leerlingen.

§         Er vanuit gaan dat een leerling zijn best wil doen, maar dat het niet altijd lukt.

§         De leerling helpen met een oplossing hiervoor te zoeken. Hierdoor voelt de leerling zich begrepen en gesteund. Vaak is dan het gevolg dat de leerling zich meer

      gemotiveerd zal inzetten, betere cijfers halen en zich gelukkiger voelt.

§         Meer humor tijdens de lessen, zodat er een ontspannen sfeer ontstaat en de leerlingen met plezier de lessen volgen.

 

Meer informatie voor de leerkracht:

Boeken:

Leerlingen zijn net mensen. 50 tips om leerlinggedrag te verbeteren.

Annette Breaux en Todd Whitaker (Bazalt)

Wil jij een nog betere leraar worden?

Een leraar bij wie leerlingen zich beter gedragen en meer leren?

Wil je effectief lesgeven aan gemotiveerde leerlingen?

Dan kan dit boek je helpen. Leerlingen zijn net mensen beoogt niet om van jou de perfecte leraar te maken; zo’n leraar bestaat namelijk niet. Het helpt je ook niet om perfecte leerlingen te vormen; want die bestaan evenmin. Deze uitgave reikt je wel vijftig praktische tips aan om het gedrag van leerlingen in je klas te verbeteren. En het mooie is: als hun gedrag verbetert, verbeteren hun prestaties ook. Als je de tips uit dit boek ter harte neemt, zal bovendien je manier van lesgeven structureel verbeteren. Ieder kind verdient een leraar die in hem gelooft. Wees die leraar! Leerlingen zijn net mensen is uitgegeven in twee varianten: voor leraren in het basisonderwijs en voor docenten in het voortgezet onderwijs. Formaat A5, 168 pagina’s (met ruimte voor notities).

 

Teach like a champion. 49 technieken om leerlingen te laten excelleren.

Doug Lemov

Als lesgeven lastig is. Strategieën om weer grip te krijgen.

Allen N. Mendler

Lessen in orde. Handboek voor de onderwijspraktijk.

Peter Teitler

Levenverrijkend onderwijs. Helpt scholen om prestaties te verhogen.

Marshall B. Rosenberg

 

Lessen voor leerlingen:

Lessen in geluk. Verwey- Jonker instituut.

Werkboek en docenten handleiding.

Breingeheimen. Emotioneel intelligent.

Je brein, zelfkennis en beter omgaan

Princep educatief.

Werkboeken en docenten handleiding.

 

Samenwerken: Leraren met Lef

De positieve kracht van leraren die zich inzetten om het onderwijs voor

leerlingen te verbeteren. www.lerarenmetlef.com

 

De jongeren:

Wat kan ik zelf doen om me goed te voelen?

 

§         Aardige dingen zeggen tegen mezelf

§         Interesse tonen in elkaar

§         Respect voor elkaar

§         Hobby zoeken

§         Op een terras in de zon zitten.

§         Naar een jongerencentrum om samen leuke activiteiten te doen.

§         Sporten

§         Muziek luisteren

§         Dansen

§         Voldoende rust

§         Genieten van de dingen die je doet!

§         Blijf niet met je probleem rondlopen maar ga er met iemand over praten!

 

Wetenschappelijke onderbouwing van het preventief jeugdbeleid:

Op het moment dat de leerling iets leuks meemaakt of zich gesteund voelt, worden er in het lichaam gelukshormonen (endorfine, oxytocine) aangemaakt die er voor zorgen dat de leerling zich goed voelt. Hierdoor zal de leerling (door de aanmaak van dopamine) meer gemotiveerd zijn om de opdrachten van de leerkracht uit te voeren. De gelukshormonen zorgen ervoor dat de prestaties van de leerling beter worden doordat deze meer gemotiveerd is om goed werk af te leveren. Tevens wordt de weerstand tegen ziekten versterkt, waardoor de leerling minder vaak ziek is.

 

Het spijbelen zal verminderen doordat de leerlingen met meer plezier naar school gaan.

Het risico dat de leerling vervroegd van school zal gaan wordt op deze manier ook verkleind. Hetzelfde geldt ook voor de thuissituatie. Wanneer de ouders op een manier met het kind omgaan waarbij het kind zich goed voelt zal het sneller geneigd zijn om te luisteren naar de ouders, daardoor is er minder strijd en zal het kind sneller doen wat de ouders vragen, omdat er minder weerstand is.

 

Wanneer de leerling met tegenzin naar school gaat, om welke reden dan ook, worden er

stresshormonen aangemaakt die de tegenovergestelde werking geven van het bovenstaande.

Zoals ongemotiveerd gedrag, slechte cijfers, vaker ziek zijn, sneller blijven zitten

en vervroegd van school gaan.

Vaak zijn de leerkrachten zich niet bewust van de stress die ze een leerling bezorgen wanneer ze onverschillig of negatief op/tegen de leerling reageren. Wanneer een kind stresshormonen aanmaakt zal het zich onrustig, snel geprikkeld en onveilig voelen. Kinderen weten vaak niet wat er met ze aan de hand is en proberen zich op hun manier staande te houden.

Jongeren zijn in de gelegenheid om zelf iets te zoeken, waardoor ze zich beter voelen en vaak maken ze dan geen gezonde keuzes voor zichzelf. (veel alcohol, veel gamen, drugsgebruik, gokken, overmatig/te weinig eten, buitensporig koopgedrag)

Het is daarom van groot belang dat jongeren zich goed voelen.

 

De hulpverlening:

 

Het Centrum voor Jeugd en Gezin:

·        Ouders kunnen naar binnen lopen met hun vragen.

·        Ouders kunnen een afspraak maken om over hun probleem te vertellen.

·        Ouders kunnen met de cursussen meedoen en op deze manier informatie krijgen over hoe ze op goede manier met hun kind om kunnen gaan.

 

Voor jongeren is er meer nodig dan dit, want ze hebben de neiging om niet ergens naar

toe te gaan waar ouders/volwassenen heen gaan. Het Centrum Jeugd en Gezin heeft dus de uitdaging om aantrekkelijk te worden voor jongeren. Eén mogelijkheid is om een jongerenhulpverlener aan te trekken. Een ruimte te in te richten waar de jongeren zich prettig voelen en zonder afspraak naar binnen kunnen lopen. Daarbij is het belangrijk dat de jongerenhulpverlener ervaring heeft met spontane inloop.

 

Een andere mogelijkheid is de jongeren een eigen plek te geven

gericht op hun belevingswereld met laagdrempelige hulpverlening, waar

ze zich op hun gemak en begrepen voelen.

 

Een mooi voorbeeld hiervan is de Pitstop-inloop met het 3-stappenplan, laagdrempelige hulpverlening voor (getraumatiseerde) jongeren tussen de 12 en 23 jaar. Hier worden goede resultaten bereikt doordat er snel gehandeld kan worden. De jongeren kunnen er elke werkdag ’s middags naar binnen lopen en er kan gelijk begonnen worden met hulpverlenen.

 

Geen wachtlijsten, nee, direct starten want het probleem is er nu!

 

Dit is kan ook voor scholen een prettige manier van werken zijn, want wanneer

leerlingen een probleem hebben kunnen ze meteen doorgestuurd worden,zonder te hoeven wachten op een traject wat nog in gang gezet moet worden. In de jongerencentra komt het voor dat jongeren met hun problemen naar de jongerenwerker toe komen, deze jongeren kunnen ook geholpen worden met het 3-stappenmodel.

 

Samenwerken met andere instanties, die eventueel in de Pitstop met de jongeren kunnen komen praten. (Wrap arround systeem)

 

Heeft de leerling meer intensieve hulp nodig dan is er de mogelijkheid om ‘De Rebound’ in te schakelen eventueel in combinatie met het Onderwijs Zorgcentrum met de mogelijkheid

om de leerling tot 20.00 uur ’s avonds te begeleiden.

 

Eigen Kracht-conferentie: ( www.eigen-kracht.nl )

Is een bijeenkomst van familie, vrienden en bekenden die bij elkaar komen om samen een plan te maken om zo één of meerdere mensen te gaan helpen die dringend hulp nodig hebben. De hulp van een Eigen Kracht-coördinator kan hier bij worden aangevraagd.

 

De Positieve Psychologie is een snelgroeiende stroming in de psychologie, die gericht is op veerkracht, optimaal functioneren en positieve gezondheid. Het is een stroming die nieuwe mogelijkheden biedt voor toepassing in de geestelijke en algemene gezondheidszorg, het onderwijs en arbeidsorganisaties.( Handboek Positieve Psychologie)

 

Uitgangspunt van deze wetenschappelijke stroming is dat de reguliere psychologie te eenzijdig is gericht op klachten en te weinig op krachten. Omdat behandeling meer is dan herstellen wat er mis is, doet de psychologie er goed aan niet alleen aandacht te schenken aan stoornissen, zwakheden en beperkingen, maar ook aan sterke kanten, goede eigenschappen en aan bouwen wat er goed gaat. (Positieve Psychologie in de praktijk)

 

Opleiding Positieve Psychologie -  Universiteit van Twente.

 

Hulpmiddelen:

Neurofeedback:

Neurofeedback is een techniek om de hersenen te trainen om het lichaam beter te besturen.

Studies geven aan dat de behandeling met Neurofeedback een medicijnloos alternatief is bij

ADHD en ADD. Het verbetert niet alleen het gedrag en concentratie, maar kan ook het IQ

verhogen. Nu worden er vaak medicijnen voorgeschreven die net zo werken als DRUGS!!

 

Neurofeedback kan worden ingezet bij:

Verslavingen

Slaapproblemen

Depressie

Posttraumatiesche stress

Chronische angst

Migraine

Auto-immuun ziekten

ADHD

ADD

 

Neurofeedback kan gebruikt worden in combinatie met andere therapieën.

Helaas wordt het nog niet (of niet helemaal) vergoed door de zorgverzekering.

Wel worden de goede resultaten van Neurofeedback steeds bekender en komt er hopelijk

in de toekomst wel een vergoeding voor de behandeling met Neurofeedback.

 

Nabeschouwing:

Nu wordt er vaak nog te lang gewacht met ingrijpen, werken instanties vaak langs elkaar en niet met elkaar, waardoor het misgaat met kinderen/jongeren. Preventie is van levensbelang om te zorgen dat pubers niet op steeds jongere leeftijd alcohol en drugs gaan gebruiken. Om te zorgen dat jongeren niet verslaafd worden. Meisjes niet meer gelokt kunnen worden door loverboys. Door goede preventie en tijdig handelen, kan er ook worden bereikt dat deze kinderen als volwassen minder lichamelijke en psychische klachten zullen ontwikkelen.

 

Dit alles kan zorgen voor meer levenskwaliteit en economisch voordeel op langere

termijn doordat deze kinderen als volwassenen beter met problemen om kunnen

gaan. Ze ontwikkelen minder (psychosomatische) klachten waardoor ze minder

medicijnen en geestelijke hulp nodig hebben.

 

 

Het wordt tijd dat we op een positieve manier met kinderen,

jongeren, volwassenen en onszelf om leren gaan.

 

 

·       Kanjertraining

DE KANJERTRAINING HELP HET KIND BIJ HET VORMEN VAN EEN POSITIEF ZELFBEELD, LEERT HET KIND SOCIALE VAARDIGHEDEN, STEVIG IN DE SCHOENEN TE STAAN EN PROBLEMEN OPLOSSEN. Dit is wat nodig is om negatieve gevoelens en trauma’s op te sporen en het kind te begeleiden of door te verwijzen, zodat het kind een kans heeft op een beter leven met een positief gevoel. De kracht van de Kanjertraining zit ook in het geven van Kanjertraining aan de ouders van de leerlingen, zodat er thuis ook mee gewerkt wordt.

 

De kanjertraining gaat er van uit dat een goede opvoeding zich richt op fundamentele menselijke waarden. Zoals liefde, vertrouwen, mededogen, toewijding, verantwoordelijkheid en betrokkenheid in de breedste zin van het woord. Herinner een kind aan het verlangen een goed mens te zijn.

 

Zo begint Gerard Weide psycholoog en bedenker van de Kanjertraining de inleiding van het Kanjerboek voor ouders, leerkrachten en Pabo-studenten. www.kanjertraining.nl

 

Er zijn kinderen die gedrag laten zien waar ze zelf en de andere leerlingen last van hebben. De Kanjertraining kan dan helpen om dat gedrag liefdevol te begrenzen en het kind te helpen gedrag aan te leren waar het zich beter door voelt en minder onrust geeft in de klas.

 

 

De Kanjertraining heeft vijf uitgangspunten:

 

v     We vertrouwen elkaar.

v     We helpen elkaar.

v     Niemand speelt de baas.

v     Niemand lacht uit.

v     Niemand doet zielig.

 

 

De Kanjertraining is zo opgebouwd dat er elk schooljaar thema’s behandeld worden waar het kind op dat moment aan toe is. Zo krijgen ze inzicht in hun gedrag, leren ze sociale vaardigheden aan, praten over of iets wel of niet mag, doen rollenspel met behulp van 4 petten en oefeningen in vertrouwen. Vooral op de middelbare scholen is de Kanjertraining van belang, want daar staan de jonge pubers onder grote druk en lopen ze het meest gevaar.

 

Belangrijke onderdelen van de Kanjertraining:

 

§         Voor ouders is er de mogelijkheid om een Kanjertraining op de scholen te krijgen.

§         De Kanjertraining heeft een pestprotocol voor de scholen.

§         Bij de Kanjertraining is een volgsysteem inbegrepen dat uitgewerkt kan worden tot een behandelplan.

§         Er is een speciale Kanjertraining voor trainers en coaches in de sport.

§         Ouder en kind trainingen worden door het hele land gegeven en verschillende

      ziektekostenverzekeringen betalen mee in de kosten.

 

De Kanjertraining is erkend door het Nederlands Jeugd Instituut (NJI).

De uitslag van het onderzoek: http://www.nji.nl/eCache/DEF/1/25/285.html

 

Kanjertraining is er voor groep 1 t/m 8 van het basis onderwijs en klas 1 t/m 3 van het voortgezet onderwijs.

 

De Kanjertraining kan preventief helpen in de strijd tegen verslavingen:

 

·        Wanneer er in elke klas van de basisschool en de eerste drie klassen van het voortgezet onderwijs Kanjertrainingen worden gegeven.

 

·        Er les gegeven wordt door docenten die allemaal een leraren-kanjertraining hebben gevolgd en werken op een kanjerschool.

 

·        Ouders de Kanjertrainingen op school volgen en dit thuis toepassen.

 

Als Moedige Moeders Nijkerk hopen wij dat scholen en gemeenten er samen voor gaan om te zorgen dat alle scholen Kanjerscholen worden. Op deze manier kunnen onze kinderen weerbaarder worden tegen de gevaren in de wereld van drank en drugs.

 

 

 

kanjertraining, ouder, kind, ermelo, putten, allesvan

 

 

·                                                              Gelukskunde, lessen in geluk

Voor de middelbare scholieren die geen Kanjertraining hebben gehad kan gelukskunde meehelpen aan een positief zelfbeeld, sociale vaardig zijn, stevig in de schoenen staan en problemen oplossen. Alle informatie die deze leerlingen krijgen is belangrijk. Het kan ook naast de Kanjertraining worden gegeven. Het belangrijkste blijft zo vroeg mogelijk beginnen.

 

Gelukskunde wat is dat nu weer? Als je aan school denkt, denk je aan vakken als Nederlands, Engels, geschiedenis of wiskunde. Het is daarom niet gek dat je gelukskunde wat vreemd vindt. Lessen in gelukskunde helpen om op een prettige, leuke en vooral ook gelukkige manier door het leven te gaan.

 

De minister van Onderwijs heeft tegen alle scholen gezegd: sommige vakken zijn verplicht, maar sommige vakken kun je als school zelf kiezen.

 

Gelukskunde is zo’n keuze.

 

Door met andere leerlingen en de docent na te denken over wat geluk is en hoe je gelukkig(er) kunt worden, is de kans groter dat je kunt zeggen: ‘Het is me gelukt me (nog) prettiger te voelen.’ En als je lekker in je vel zit, presteer je vanzelf beter op en buiten school. Zo gek is dat vak gelukskunde dus helemaal niet.

 

 

De Moedige Moeders Nijkerk vinden dat alle leerlingen van de middelbare scholen het recht hebben om gelukkig te zijn.

 

Het is daarom belangrijk dat de leerlingen les krijgen in gelukskunde om te leren hoe ze gelukkig(er) kunnen zijn/worden.

 

Wanneer ze gelukkig(er) zijn maken ze gezondere keuzes!

 

 

 

 

 

 

Les 1 Wat is geluk?                          Les 5 Je relaties met anderen

1.1 Wat is geluk?                                               5.1  Samen is fijner

1.2 Wat maakt nu eigenlijk gelukkig?           5.2  Een ander helpen

 

Les 2 Zelfvertrouwen                       Les 6 Werk, school en hobby

2.1. De relatie met jezelf                                    6.1  Flow

2.2  Je uiterlijk                                                      6.2  Lekker onderuit

2.3  Waardeer jezelf                                            6.3 Het gevoel van muziek

2.4  Voor de volgende keer

 

Les 3 Jouw X-factor                         Les 7 Spiritualiteit en geloof

3.1 Op de foto!                                                    7.1  Geloven maakt happy

                                                                               7.2  Anderen in hun waarde laten

Les 4 Stressbestendigheid             

4.1 Druk, druk, druk                                           Les 8 Afsluiting en eindopdracht                                     

4.2 Positief of negatief?                                                     

4.3Moeten!                                                     

4.4 Tips voor minder stress en meer geluk 

Website gelukskunde:  http://marketing.malmberg.nl/index.aspx?SiteID=50